Open Mind Nr. 106 Toezicht houden op onderwijskwaliteit is niet zo ingewikkeld

Toezicht houden op onderwijskwaliteit: het gaat toezichthouders in de regel minder gemakkelijk af dan toezicht houden op financiën. Ten aanzien van dat laatste bespeur ik weinig onzekerheid, als het gaat om onderwijskwaliteit is twijfel troef. Toch is ook dat niet zo ingewikkeld. In deze column een praktische benadering.

Drieslag

Soms helpt het als je de dingen eenvoudig probeert te houden. Noem het ‘ontbinden in factoren’. Voor onderwijskwaliteit stel ik voor om daarin drie lagen te onderscheiden.

Object van kwaliteitszorg
Bron
Houding toezichthouder
Basiskwaliteit
Oordeel inspectie en commentaar van het bestuur daarbij
Kennen, begrijpen, en ontwikkelingen in het externe toezicht volgen
Doelrealisatie ambities
Strategisch beleidsplan en voortgangsverslagen realisatie jaarplan
Volgen via rapportages, bijwonen activiteiten, schoolbezoek, ‘excursie’
Onderwijsontwikkeling
Omgeving
Themabesprekingen, studiedagen bijwonen enz.

 

Eerste laag: ‘de basis op orde’

Scholen worden van rijkswege bekostigd om te voorzien in onderwijs. Er zijn wettelijke eisen van deugdelijkheid en die moeten door de school in acht worden genomen om de bekostiging te behouden. Het is één van de taken van de Inspectie van het onderwijs om toe te zien of dit gebeurt. De Inspectie hanteert daartoe een kader waarin precies vermeld staat waar de Inspectie op let en welke normen daarin worden toegepast. Het niveau van kwaliteit zoals de Inspectie dat toetst kan worden aangemerkt als het basisniveau. Als je daaronder zit, gaat er echt iets niet goed en is een plan nodig om weer van rood groen te worden en liefst ook een plan om daarna groen te blijven. Dat laatste is soms lastiger dan het eerste. Basiskwaliteit is dus de kwaliteit die valt onder de verantwoordingsplicht van school en bestuur aan de externe toezichthouder. Iedere school is  opgelucht als de inspecteur tevreden is en dat is ook begrijpelijk. Maar voor de toezichthouder en het bestuur geldt dat de oogst niet groter is dan dat aan de eisen voor basiskwaliteit is voldaan. Oké, er volgt de mogelijkheid van het oordeel ‘goed’ van de Inspecteur. Dat is dan een mooie opsteker voor de school. Neemt niet weg: je zou kunnen zeggen dat basiskwaliteit een van de ingrediënten is van een gezonde bedrijfsvoering.

Tot de ‘plicht’ van het intern toezichthoudende orgaan behoort dat dit orgaan in eigen kring voorziet in kennis van het toezichtkader van de Inspectie en daarmee kennis om Inspectierapporten en –oordelen te kunnen interpreteren. Overigens reageert de interne toezichthouder niet op het rapport en oordeel van de Inspectie maar op het commentaar van het bestuur bij dit rapport en oordeel. Het is verstandig als degene(n) die in het interne toezichthoudende orgaan belast is met extra aandacht voor onderwijskwaliteit de ontwikkelingen in het externe toezicht ook volgt. Ik denk hierbij aan de operatie Toezicht in transitie.

Tweede laag: realiseren van ambities

Spannender wordt het als we kijken naar de tweede laag: die van de ambities. Waar de eerste laag betrekking heeft op ‘wat we moeten’, verwijst de tweede laag naar ‘wat we willen’: de eigen ambities, het eigen profiel van de school, de helder en zelfgestelde maatschappelijke opdracht van de school/scholen. ‘Waar we voor gáán met z’n allen!’ We richten ons dan niet op de normale eisen te stellen aan de bedrijfsvoering, zoals hierboven gesuggereerd, maar bevinden ons op het terrein van de doelrealisatie. Lukt het de school/scholen om idealen en strategische keuzes om te zetten in concrete doelen en praktijken? Voortgangsverslagen en beleidsevaluaties zijn de standaardmanieren om dit te volgen. Maar er is meer mogelijk: presentaties van betrokkenen uit de school in de vergadering van de raad van toezicht, schoolbezoek om het bereiken van bepaalde doelen mee te vieren –  dat soort acties. Het voordeel van dit laatste is dat deze bezoeken, die toezichthouders helpen zich een beeld te vormen van de praktijk van het onderwijs, daarmee een gerichte invulling krijgen.

Derde laag: onderwijsontwikkeling

De derde laag is die van de dialoog over onderwijsontwikkeling: het in eigen kring en/of met anderen uit de organisatie bespreken van trends en ontwikkelingen die mogelijk ook relevant zijn voor de eigen school/scholen. Ik raad raden van toezicht aan om de aandacht voor deze derde laag niet te isoleren tot een dagje op de hei of alleen het bijwonen van de jaarlijkse studiedag voor alle personeel. Juist als de basis op orde is en als ook de voortgangsrapportages over de doelrealisering in orde zijn, is het slechts een kwestie van organiseren om met regelmaat ook inhoudelijke themadiscussies met elkaar te voeren, al dan niet met betrokkenheid van anderen van binnen en buiten de school/scholen. En nu het gaat gebeuren dat raden van toezicht en (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraden voortaan twee keer per jaar om te tafel gaan zitten, raad ik aan die verplichte contactmomenten te besteden aan themabesprekingen over onderwerpen die de waan van de dag overstijgen en  beelden opleveren over wat er om ons heen gebeurt dat mogelijk ook relevant is voor de eigen school/scholen.

Share
This entry was posted in Open Minds and tagged , . Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>