Open Mind Nr. 111 Drie maal dankbaar op kasteel Slangenburg

Ze liggen al een tijdje op mijn bureau, gelezen en wel, twee van de drie zelfs tweemaal. Drie boeken met ‘dankbaar’ in de titel: Dankbaar van Paul van Tongeren (2015), Dankbaar en aandachtig van Ger Groot (2013) en Dankbaarheid van Oliver Sacks (2015).  Drie boeken rond eenzelfde begrip. Toeval? Er zijn er die beweren dat toeval niet bestaat. Het lijkt in elk geval een signaal dat de idee van dankbaarheid in beeld is en benoemd wordt. Is dit uitdrukking van een actuele behoefte? Zo ja waarvan?

Voor Paul van Tongeren is een filosofische reflectie op het wezen van dankbaarheid nodig omdat we in onze tijd niet zo goed meer weten wat we met dankbaarheid aan moeten, zeker niet als het gaat om de adressant van onze dankbaarheid. Lange tijd bestond daar weinig twijfel over. Als ouders de mededeling van de geboorte van een kind vergezeld lieten gaan van het uitspreken van dankbaarheid dan wist de ontvanger van deze mededeling dat deze ouders daarbij aan God dachten. paul-v-tHet grondschema is in dit geval, maar ook in alle andere adressanten, dat van de retributie: je ontvangt iets en je geeft daarvoor iets terug: je erkentelijkheid, je dankbaarheid. Er zijn dus twee partijen: een schenker, en een ontvanger en er is een gave en een tegengave. We kunnen hierin het principe van de rechtvaardigheid herkennen; alleen geldt in de situatie van dankbaarheid dat de tegengave in een ongelijke verhouding staat tot de gave.

Maar hoe zit dat in onze tijd, een tijd die in de beleving van velen afscheid heeft genomen van God waardoor de geïmpliceerde retributie in de lucht komt te hangen? Tot wie richten we ons als God niet langer de adressant van onze dankbaarheid is? En als blijkt dat daar geen antwoord op is, als een gemarkeerde adressant niet te benoemen is, betekent dat dan ook het einde van onze dankbaarheid? Of is het misschien toch mogelijk om een goede omgangsvorm te vinden voor een ervaring die we kennelijk ondergaan en die we aanduiden als dankbaarheid?

Zulke vragen stelt Paul van Tongeren aan de orde in een filosofisch essay, een uitwerking van zijn afscheidscollege als hoogleraar filosofie in Nijmegen. En Van Tongeren is een meester in het systematisch omcirkelen van een begrip, door daar laagje voor laagje van af te pellen. In zijn essay doet hij dat door de drie onderdelen van het traditionele grondschema van de retributie grondig te analyseren: de wederkerigheid, de relatie tussen de personen, en de handelingen die verricht worden, geven en teruggeven.

Wat betreft de wederkerigheid laat hij zien dat we die niet te smal hoeven op te vatten, als uitsluitend gericht tot een herkenbare, te benoemen gever. Je kunt ook dankbaar zijn jegens een meer abstracte schenker: je voorouders, een volk, je leermeesters,… De wederkerigheid die ten grondslag ligt aan de dankbaarheid kan dus heel ruim worden opgevat, is daarmee veel minder vaak symmetrisch en vooral asymmetrisch.

Ook over het tweede is meer te zeggen: zo lijkt er een vorm van dankbaarheid mogelijk die niet het onderling verkeer tussen personen betreft, die niet triadisch is maar dyadisch, waarbij de ontvanger zijn of haar vreugde toont over een kennelijk gunstige situatie die zich voordoet. Daarmee verandert de aard van de dankbaarheid en wel in een fijn gevoel, in blijdschap o.i.d.

Een grappige illustratie van deze vorm van dankbaarheid die nog zoekend is naar een adressant las ik in de Trouw-bijlage Letter en Geest van 15 oktober jl. waar een aardige tweet werd geciteerd:

Weet niet bij wie ik moet zijn dus wil ik God dan maar bedanken voor het fietsknooppuntennetwerk in dit land want dat is echt fenomenaal” (@tasvolverhalen 12 oktober 05:02).

Deze tweet getuigt van een ervaring van blijdschap die een uitweg zoekt door zelf te willen schenken. Dankbaarheid als een echo van de vreugde waardoor ze delen is en zelf tot gift wordt. In de analyse die André Comte-Sponville geeft van dankbaarheid in zijn Kleine verhandeling over de grote deugden is het met name deze dyadische interpretatie die bij hem de meeste aandacht krijgt.

En zo komen we vanzelf bij het derde element in Van Tongerens essay: de teruggave. Is dat een handeling of gaat het veeleer om een gevoel, of misschien een soort houding? Is bij dankbaarheid sprake van een ervaring dat we iets ontvangen wat we zelf niet bewerkt hebben – een ervaring die ons nederig stemt? Zó naar onze ervaring kijken, gebeurt niet vanzelf maar behoeft ook vorming en onderhoud. En daar hebben we ook instituties voor zoals kerken en scholen. Denk aan al die scholen die er op uit zijn om kinderen te leren zich te verwonderen: oog te hebben voor schoonheid waar je deel aan mag hebben – leren die te ervaren als niet vanzelfsprekend. En ja, religies zijn bij uitstek fenomenen die zo’n manier van omgaan met de werkelijkheid inoefenen, die de ervaring van dankbaarheid voor hetgeen je geschonken wordt, cultiveren.

Dankbaarheid is dan niet zozeer de opdracht om ‘iets terug te doen’ maar is veeleer uitdrukking van een ervaring van ontvankelijkheid voor hetgeen je geschonken wordt – een ontvankelijkheid die de dankbaarheid oproept en aanzet tot zelf iets te willen schenken. Het is deze interpretatie van religie die de door Van Tongeren geciteerde Dreyfus en Kelly toeschrijven aan de aard van de Griekse goden: die gingen niet aan de ervaring van dankbaarheid vooraf maar werden erdoor voortgebracht: ‘zeggen dat er een god zit achter elke gebeurtenis is benadrukken dat dankbaarheid en verwondering de passende reactie zijn” (citaat in Van Tongeren, pag. 78).

ijsselingDeze interpretatie van religie keert ook terug in de woorden van de medio 2015 overleden Nederlandse filosoof Samuel IJsseling die in een serie interviews met zijn leerling Ger Groot terugblikt op zijn leven. In Dankbaar en aandachtig wordt de lezer deelgenoot van ger-grootdeze terugblik waarin alle ‘groten der aarde’ uit de wereld van de contemporaine filosofie wel terugkeren, te beginnen bij Heidegger en verder Ricoeur, Derrida, Gadamer, Deleuze, …. Prachtig zoals IJsseling de geschiedenis van de grote filosofie weet te verbinden met allerlei concrete situaties uit het dagelijkse leven van de filosofen die zijn pad kruisten. Aan het slot van het boek doet de oorspronkelijk tot priester gewijde maar vooral als Husserl en Heidegger-specialist en filosoof bekend geworden IJsseling een prachtige uitspraak die ik graag in zijn volledigheid citeer:

Ik denk dat er een nieuwe betekenis van religie zou kunnen ontstaan. Niet in de zin van ‘ietsisme’, asjeblieft niet. Maar in de sensatie dat er zich in de werkelijkheid plotseling een nieuwe betekenis opent. Wat dat betreft staat ze niet zo ver van de filosofische ervaring af. En misschien wel vooral in de radicale erkenning dat alles in ons bestaan ons geschonken wordt. En vraag dan niet onmiddellijk: wie heeft er dan geschonken? Dan zit je meteen op de verkeerde weg. Het gaat om de ervaring van afhankelijkheid, en vooral van dankbaarheid. De wereld valt mij toe. De tijd van leven die mij geschonken is, valt mij toe.”(pag. 140)

Om hetzelfde in de woorden van Comte-Sponville te zeggen: het leven is genade, het zijn is genade en dat is de hoogste les die dankbaarheid ons leert.

Dit besef dat het leven vooral een geschenk is dat de mens om niet toevalt, dit besef is niet alleen duidelijk aanwezig in de gedachtenwereld van IJsseling, het klinkt ook prominent door in de brief die sacksOliver Sacks begin 2015 in de New York Times schreef nadat hij van zijn artsen te horen had gekregen dat hij was uitbehandeld. Hij sluit die brief Mijn eigen leven (My Own Life, 19 februari 2015) af met het uitspreken van dankbaarheid:

“Ik kan niet doen alsof ik niet bang ben. Maar mijn overheersende gevoel is er een van dankbaarheid. Ik heb van mensen gehouden en zij hebben van mij gehouden, ik heb veel gekregen en ik heb iets teruggegeven, ik heb gelezen, gereisd, nagedacht en geschreven. Ik heb in contact gestaan met de wereld en de bijzondere uitwisselingen ervaren tussen een schrijver en zijn lezers.

Maar in de eerste plaats ben ik op deze prachtige planeet een bewust denkend wezen geweest, een denkend dier, en dat alleen al was een enorm voorrecht en avontuur.”

Wat mooi als je met zoveel waardering voor wat je mocht meemaken, kunt terugkijken op je leven.

Tot slot

Terug naar het begin: de vraag van Paul van Tongeren, ‘bij wie moeten we terecht om onze dankbaarheid te tonen als dat God niet meer is?’ Het zoeken naar het antwoord op deze vraag heeft ons gebracht bij een levenshouding die weet heeft van de begrenzing van de eigen mogelijkheden. Dat is een levenshouding die in alle nederigheid open staat voor het wonder van het leven zelf. Het is een levenshouding die het soms moeilijk heeft met het maatschappelijk gewenste gedrag van de burger die al kiezend en calculerend zijn eigen route door het leven schept, zich scherp bewust is van zijn eigen rechten en van de plichten van de ander. Misschien is dat wel de diepere reden die de idee van dankbaarheid in onze tijd zo lastig maakt: wie niet blij is voor wat hij ontvangt omdat hij meent daar recht op te hebben zal de dankbaarheid niet kennen en daarmee ook niet de vreugde die haar vergezelt en die aanzet om de ander in die blijdschap te laten delen.

Deze column werd geschreven tijdens een verblijf van 72 uur op het prachtige Kasteel Slangenburg, mogelijk gemaakt door mijn werkgever. De adressant van mijn oprechte dankbaarheid heeft een naam: B&T in de persoon van Robbin Haaijer.

Literatuur:

Paul van Tongeren. Dankbaar. Denken over danken na de dood van God. Zoetermeer: Klement 2015.

Ger Groot, Dankbaar en aandachtig. In gesprek met Samuel IJsseling. Met een voorwoord van Hans Achterhuis. Zoetermeer: Klement/Pelckmans 2013.

Oliver Sacks, Dankbaarheid. Amsterdam/Antwerpen: De Bezige Bij 2015.

Geraadpleegd: André Comte-Sponville, Kleine verhandeling over de grote deugden. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas 1997.

 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Share
This entry was posted in Open Minds and tagged , , , , , . Bookmark the permalink.

4 Responses to Open Mind Nr. 111 Drie maal dankbaar op kasteel Slangenburg

  1. Pingback: Open Mind (continued) Nr. 112 Ignatiaanse levenswijsheid | Harm Klifman

  2. Gerard says:

    Bij puur toeval stuitte ik op een YouTube-filmpje waarin Cartoontekenaar Erik van Os ons “in meerdere opzichten” een duwtje in de goede richting geeft in het beantwoorden van Harm zijn vraag.
    Erik heeft het over oerenergie en je verheugen.
    Wat mij betreft kunnen de woorden ‘je verheugen’ worden vervangen voor “dankbaar zijn”.

    https://youtu.be/SFav7albTOg

    Ik dank Erik van Os voor het delen van deze heldere inzichten, en Harm voor het in beeld brengen van dit belangrijke onderwerp.
    Doe er je voordeel mee!!

  3. Gerard says:

    Hierbij een mooie link naar YouTube (Ted Talks) dat betrekking heeft op het actief dankbaar zijn:

    https://youtu.be/ewi0qlqrshE

  4. Gerard says:

    Wat een bijzonder toeval toch weer, dat op deze Open Mind nr 111 (3) …….het Enig gezang 11:1 (3) van toepassing is. Het gebed dat onze vader ons altijd bij het eten heeft voorgebeden.
    Enig Gezang 11:1

    1
    O Heer’, wij danken U van harte,
    Voor nooddruft en voor overvloed;
    Waar menig mens eet brood der smarte,
    Hebt Gij ons mild en wel gevoed;
    Doch geef, dat onze ziele niet
    Aan dit vergank’lijk leven kleev’,
    Maar alles doe, wat Gij gebiedt,
    En eind’lijk eeuwig bij U leev.

    Binnen de esoterie kennen we de Universele wetten, waarbinnen de “wet van aantrekking” een afgeleide wet van de “Wet van Trilling” is. Deze wet leert ons, dat we aantrekken hetgeen we uitzenden.

    Onze vader heeft met het dagelijks bidden van bovenstaand gebed zijn dankbaarheid “uitgezonden” voor het feit dat wij binnen ons gezin nooit wat te kort zijn gekomen, en in vele opzichten overvloed hebben mogen ervaren.

    Persoonlijk vind ik het een hele mooie gedachte dat hij daarmee – zelf onbewust van deze Universele Wet – omstandigheden heeft aangetrokken waar wij als gezin weer dankbaar voor konden zijn.

    Het “dankbaar zijn” heeft dus wel degelijk een functie! Als denkende wezens hebben wij de mogelijkheid om van deze Universele wet, of Goddelijke wetmatigheid, bewust dankbaar ; ) gebruik te maken.

    Met het bewust ‘voelen van dankbaarheid’ voor het goede dat wij in het leven hebben mogen ontvangen (en nog gaan ontvangen) kunnen wij voor ons zelf (en voor anderen) omstandigheden scheppen die ons dankbaar zullen stemmen.

    Zij die dit bewust – en vooral duurzaam – weten toe te passen zullen na enige tijd ervaren dat de eigen mogelijkheden minder begrenst zijn dan ze ooit hebben kunnen bevroeden.

    Wees dus vooral “open minded” om via je bewustzijn je eigen onbegrensde mogelijkheden te exploreren.

    Harm…….heel erg bedankt voor deze prachtige 111e Open Mind.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>