Open Mind (continued) Nr. 120 Wat een mooie innovatie!

Als echte alfa (ik studeerde Nederlands en filosofie en promoveerde in de Letteren) is de wereld van de bètatechniek mij behoorlijk vreemd. Dus toen ik in 2013 vanuit B&T projectleider werd voor de uitvoering van de eerste proefaudits Technasium, vroeg ik me wel af of ik hier hinder van zou ondervinden. Achteraf, we zitten inmiddels in de afronding van de vierde ronde officiële audits, kan ik zeggen dat er een wereld voor me open is gegaan – een heel aangename wereld, welteverstaan.

Aangenaam, omdat ik in mijn 40 jaar arbeidzaam leven in het onderwijs, geen innovatie ben tegengekomen die door de professionals in de scholen (docenten en schoolleiders) met zoveel enthousiasme is ontvangen als deze. (Het studiehuis ging in de richting maar wat is er van over?) Én die – wat de leerlingen betreft – laat zien dat de veelgehoorde verzuchting van docenten (‘het zweet staat op de verkeerde rug’) meer zegt over de staat van het overige onderwijs dan over de motivatie van de huidige leerling. Wat dat betreft zou ik hebben gewild dat minstens twee van mijn inmiddels vier volwassen kinderen indertijd O&O hadden kunnen kiezen. Het zou hun worsteling door het VO aanzienlijk verlicht hebben!

Mooi vind ik ook dat het Technasium landelijk gezien, nadrukkelijk wordt ontwikkeld vanuit een ‘Technasium-gemeenschap’. Natuurlijk weet ik ook wel dat zoiets vooral een evocatief begrip is: het appelleert aan een gemeenschappelijke, schooloverstijgende verantwoordelijkheid met een ingewikkelde balans tussen ‘je verbinden met’ enerzijds en ‘je onderwerpen aan’ anderzijds. Juist in technasium_logode situatie van de audit merk je dat het hemd al snel nader is dan de rok en scholen neigen tot overwaardering van de gegeven situatie in de hoop op begunstiging door de auditors. Op hun beurt vormen die steeds een team dat er in alle gevallen op gericht is om zich een eerlijk, gedeeld en gezamenlijk onderschreven oordeel te vormen.

De kwaliteitssystematiek waarvan ook de huidige audits onderdeel van zijn, is het achterliggende jaar intensief onderzocht en geëvalueerd met een revisie tot gevolg. Zo’n proces van herijken van de eigen kwaliteitsstandaarden en van het opnieuw definiëren van de balans tussen verantwoorden enerzijds en rechtdoen aan schoolontwikkeling anderzijds,  is ingewikkeld en doet een groot beroep op onafhankelijke oordeelsvorming door de schoolvertegenwoordigers die er vervolgens mee te maken zullen krijgen.  Neemt niet weg dat deze krachtsinspanning een verantwoordelijkheid is van de Technasium-gemeenschap als geheel en als die inspanning tot een goed einde wordt gebracht is dat een compliment door die gemeenschap.

Terug naar de scTechnasium Magazine 18_300holen, naar de vele enthousiaste technatoren en O&O-docenten én naar hun leidinggevenden. Telkens weer heerlijk om hen te spreken. Men mag hopen dat die laatsten (de leidinggevenden) hun verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van een goede visie en van goed beleid met het oog op een hechte verankering van het Technasium in de hele breedte van de school, volop nemen.  En dat alles natuurlijk in het belang van de leerling!

Ik heb veel plezier beleefd aan deze opdracht aan het einde van mijn loopbaan, waardoor veel dank aan de Stichting Technasium.

(Deze column verscheen ook in de zomereditie van Magazine Technasium)

Bewaren

Bewaren

Share
This entry was posted in Open Minds and tagged , , . Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>