Als Henri Bergson zou hardlopen. Over tijd en duur.

Er hangt een ontspannen sfeer, daar in de sporthal Elzenhage in Amsterdam-Noord, gelegen naast de atletiekbaan waar de start en finish van De 30 van Amsterdam-Noord zullen plaatsvinden. In het midden van de zaal een aantal tafels met daarop dozen met enveloppen gevuld met startnummers en speldjes. Langs de speelvelden banken waarop lopers zitten om zich om te kleden, om nog wat te eten of elkaar te ontmoeten en bij te kletsen. Ik zie een al in looptenue gestoken moeder met enige snelheid haar kind een potje fruit voeren. ‘Mama heeft haast’, zeg ik en mama knikt.

Om ons heen eenlingen en groepjes lopers. Buiten op het plein een lange rij voor de Dixi’s. Inderdaad, je kunt maar het best met een lege blaas starten. Hier en daar wordt nog wat gegeten, anderen lopen in of doen rek- en strekoefeningen. Velen zullen deze loop hebben gekozen omdat hij goed past in hun voorbereiding op een van de najaarsmarathons. Zelf ben ik in voorbereiding op Dublin, eind oktober, na een periode van ruim drie-en-een-half jaar. Eigenlijk had ik het duurlopen al afgesloten, maar ja, dan komt er een plan om nog een keer met elkaar wat te doen….

In de aanloop naar deze dag ben ik dus enige maanden weer aan het hardlopen geweest, met de teleurstellende ervaring van weinig progressie. Er waren momenten dat ik me afvroeg of een hele marathon nog wel haalbaar is, of ik er niet te veel moeite voor moet doen nu ik 65 ben. De lange duurlopen die ik als trainingsoefeningen deed, waren tot nu toe niet langer dan 21 kilometer en verliepen stuk voor stuk moeizaam. Weinig hoopgevend dus. Maar toen ik deze ochtend opstond, zat ik er opeens anders in: ‘ik heb er zin in!’. En nu dan, in de zaal en op het plein ervoor beleef ik opnieuw die heerlijke spanning voorafgaand aan een lange loop zoals de halve of hele marathon. En o, wat houd ik van deze spanning! Is het de adrenaline? Ik weet het niet en eerlijk gezegd, het interesseert me ook niet want wat weet ik als ik dit weet?

Waar ik inderdaad altijd veel plezier aan beleef is de spanning vooraf, van het ernaar toe leven, het tevoren weten dat het gaat om een lange afstand waarvan niet op voorhand gezegd is dat je die goed zult afleggen. De ongewisheid die daaraan kleeft, beleef ik als een opvallend positieve vorm van onzekerheid, ééntje die niet lam legt maar die stimuleert en je aanzet tot popelen om van start te mogen gaan.  Het hoofd en het lichaam beleven dit op vergelijkbare wijze.

Waar ik ook van houd, is de gemoedelijke sfeer onder de lopers, de inzet van de vele vrijwilligers, de afwezigheid van agressie en geweld. Ik zag ook nog nooit een groep hooligans langs het parcours de boel verzieken. En laten we hopen dat de bomaanslag bij de marathon van Boston tot een, weliswaar triest, incident beperkt blijft.

Een minuut of tien voor de start zoeken we ons plekje. We staan op de atletiekbaan met her en der pacers die naar een bepaalde eindtijd zullen lopen en waar je je als deelnemer bij aan kunt sluiten. Ik heb daar in het verleden verschillende keren gebruik van gemaakt, maar je moet wel goed opletten geblazen: het is belangrijk je eigen loop te blijven lopen anders gaat het echt niet goed en blaas je jezelf op.

En dan is daar opeens, onaangekondigd door de speaker, het startschot. Je ziet deze en gene schrikken. Oeps, daar issie al! De meute komt in beweging, bij het passeren van de registratiematten drukt iedereen ook de eigen stopwatch in. De eenduidige, strikt regelmatig verlopende kloktijd gaat in. Tussendoor, op een tweetal plekken op het parcours van dertig kilometer, zullen wij als lopers geïnformeerd worden over de verlopen seconden, minuten en uren. Het is een service aan al diegenen die hun loop hebben afgestemd op een bepaald doel, een te bereiken eindtijd, misschien een persoonlijk record.

Eerlijk gezegd interesseert die tijd me niet zo erg. Ik ben niet uit op een bepaalde snelheid, vertaald in een geplande duur van de loop, de tijd die ik denk nodig te hebben om van start tot finish te komen. Wel ben ik benieuwd naar een andere ervaring van tijd tijdens het lopen – een ervaring die beter te omschrijven is in termen van ontspannen/niet-ontspannen, of misschien beter: makkelijk/moeizaam. Bij deze tweede omgang met tijd, die ook te benoemen is als ‘beleefde tijd’, vallen tijd en ruimte min of meer samen: als het lekker loopt, beleef je de tijd die je nodig hebt om een kilometer af te leggen als korter dan wanneer het moeizaam gaat. De beleefde tijd is geen homogene tijd opgebouwd uit gelijke delen maar is onderworpen aan de concrete, telkens weer unieke ervaring van de verrichte activiteit, i.c. het hardlopen.

Halverwege de tweede kilometer vraag ik aan twee gezellig babbelende dames die ongeveer hetzelfde tempo lopen als ik, of ik me bij hun conversatie mag aansluiten. Ze vinden het prima en al snel merk ik dat zij elkaar ook niet kennen. Standaardstartvragen in dit soort lopen zijn: op welke marathon bereid jij je voor? Je hoeveelste wordt dat? Het levert een geanimeerde uitwisseling van ervaringen op – tot een kilometer of vier. Dan vallen er stiltes. We zijn even met onszelf bezig, met onze lichamelijke reactie op een half uur onderweg zijn, met de controle over ons lichaam (ga ik dit in dit tempo nog ruim 25 km volhouden?).

Na een kilometer of twaalf heeft een van de dames tempo terug moeten nemen en loop ik verder met de ander. Bij vijftien kilometer constateren we dat we op de helft zijn en dat het best lekker gaat. Ik ben dan aan mijn derde calorieëngelletje toe; ik neem er elke vijf kilometer een – dat beviel me de laatste marathon, drie-en-een-half jaar geleden, ook goed en dat zal nu opnieuw het geval zijn.

Zoals al gezegd, in mijn voorbereiding tot nu toe heb ik geen grotere afstanden dan een halve marathon gelopen; 21 km dus. Daarom ben ik benieuwd naar hoe het vanaf dat punt zal gaan. Nou, prima dus – ik blijf ontspannen lopen en heb het gevoel dat van een verval in snelheid per kilometer geen sprake is. Sterker, een aantal keren valt me op dat er al weer een kilometer is afgelegd. Nu al weer? Ja, dus. De beleefde tijd, de tijd die ervaren wordt tijdens het verrichten van de inspanning, levert een heel ander beeld op dan die van de in ijzeren regelmatig wegtikkende seconden in minuten en van minuten in kwartieren en zo verder, de tijd van de tijdwaarneming en van mijn stopwatch. De beleefde tijd is die van het genieten van het prachtige polderlandschap, van de wisselende omgang met de straffe wind, van het voortkabbelende en soms stilliggende gesprek, van het wegslikken van weer een gelletje, van herinneringen aan eerdere marathons en hoe ik daar omging met het vierde en laatste kwart van de afstand, van checken of je bij de eerstvolgende drankpost wel of niet zult drinken, van zoeken naar weidevogels in het hoge gras, van vooruitkijken en zien dat het veld van lopers al enige tijd gespreid is over een afstand van vele kilometers.

Rond de 24 km wisselen we uit hoe we dat doen: de afstand die nog afgelegd moet worden, overzichtelijk maken. We hebben daarvoor hetzelfde trucje: visualiseren. Zij heeft in haar trainingen een vast rondje van 3,5 kilometer, ik een van 6,5 km. Als het moeilijk wordt bij lange duurlopen doen we hetzelfde: we vergelijken de nog af te leggen afstand op een onbekend parcours met dezelfde afstand op een bekend parcours en ontlenen daar vervolgens vertrouwen aan. De nog af te leggen afstand brengen we in beeld met een eerder beleefde afstand. En lees voor afstand gerust: tijd. Het maakt geen verschil.

De in zijn tijd (eerste helft 20ste eeuw) wereldberoemde Franse filosoof  en Nobelprijswinnaar Henri Bergson schreef op imponerende wijze over ‘tijd’ en maakte onderscheid tussen de regelmatige kloktijd en de geleefde tijd die hij durée (duur) noemde. De kloktijd bepaalt veel in ons leven: de duur van ons werk, het ritme van onze dagen, het spoorboekje, de tijdschema’s op scholen en sportscholen en ga zo399px-Henri_Bergson_02 maar door. Het is de tijd waarmee we in de wetenschap en daarbuiten meten, tot onze leeftijd toe (‘ik ben 65 jaar’). Het is de tijd van de stopwatch, van tikjes na elkaar, van regelmatige puntjes (nu-nu-nu-nu-nu) op een rechte, eindeloze streep. Daarnaast is er de geleefde tijd, de tijd van de concrete ervaring, de tijd die we, omdat we helemaal opgaan in een activiteit ‘even helemaal kwijt zijn’. Het is de tijd waarin verleden, heden en toekomst bij elkaar komen. Waarin er meer is dan het simpele en eenduidige nu omdat ik in de ervaring van het nu het verleden een plek geef. Het is de tijd die intens kan zijn maar ook eindeloos uitgerekt, alsof er geen eind aan komt.

Het zou me niet verbazen als Henri Bergson, wanneer hij mee zou doen aan deze 30 van Amsterdam-Noord, dezelfde ervaring zou hebben: dat er sprake is van twee soorten tijd, de harde tijd van de wedstrijdklok die hem bij de finish tot op de seconde nauwkeurig zal vertellen hoelang hij erover heeft gedaan en de beleefde tijd van het lopen. (Waar Bergson spreekt van ‘geleefde tijd’ spreek ik liever van ‘beleefde tijd’ ook al is er denk ik geen verschil). De harde, chronologische tijd van de tijdwaarneming en stopwatch levert je achteraf een goede indicatie van je objectieve prestatie. Deze objectieve tijd stelt je in staat om je te vergelijken met anderen en met jezelf in eerdere lopen. Het is de tijd die ranglijsten mogelijk maakt en prijsuitreikingen. Prijzen horen bij deze omgang met de tijd, bij de kloktijd dus. Ik ken geen prijzen voor de omgang met die andere omgang met de tijd: prijzen voor lopers met de meest intens beleefde tijd. Die blijft een individuele ervaring die zich niet laat vergelijken of uitdrukken in objectieve criteria. Gelukkig maar.

Na 3 uur en 7 minuten passeer ik de finish. Ik voel me fit en ben juist daarover meer dan tevreden. Ik heb ontspannen gelopen, ik heb de afstand kunnen afleggen op een manier waarop er volop ruimte was voor genieten van de omgeving, genieten van de beweging van het lopen, van de sfeer en de spanning, genieten van het gesprek en het contact. Ik hoorde bij het naderen van de finish de speaker onze namen noemen. Ze heet dus Esther. Ik geef haar een hand, bedank haar voor de gezellige loop en wens haar veel succes in haar marathon in Parijs.

Op de terugweg geniet ik na van het plezier tijdens het lopen. De motivatie is weer helemaal terug!

 

Share
This entry was posted in Lopen and tagged , , , . Bookmark the permalink.

One Response to Als Henri Bergson zou hardlopen. Over tijd en duur.

  1. En ik bedank je voor dit fijne artikel over beleefde tijd. Mooi geschreven, mooi van opbouw, mooie beelden.

    Tijdens het lezen dacht ik onwillekeurig aan een andere ervaring met tijd.
    Achteraf lijkt beleefde tijd bij een fijne en volle ervaring langer te duren dan de beleefde tijd waarin niets bijzonders gebeurde. Twee weken vakantie op reis duren in je hoofd langer dan twee weken thuis blijven tijdens de vakantieperiode.

    Groet, Suus

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>