Over Lowlands en Lili en het verband tussen die twee.

Lowlands, een camping in Gelderland, Howick en Lili, negen kroonjuwelen van de Europese cultuur – ze kwamen de afgelopen weken allemaal langs en hebben iets met elkaar te maken. Ze zetten me aan het denken over een persoonlijk en tegelijk vast voor velen herkenbaar thema: de verhouding tussen aan de ene kant mijn persoonlijke roots en de herinnering daaraan, en aan de andere kant de richting waarin onze samenleving als geheel zich ontwikkelt en mijn persoonlijke verhouding daarmee. 

Schrijftruukje

Als opmerking vooraf: ik ben zo vrij het bij mezelf te houden en me niet uit te spreken in algemene termen, zoals zo vaak gebeurt als schrijvers het hebben over ‘wij’:’wij zijn individualistisch geworden”, “wij hebben ons afhankelijk gemaakt van de techniek”, “we zijn met zijn allen veel te dik.” Ik vind dat het soort uitspraken, waarbij niet duidelijk is of de auteur de pluralis majestatis gebruikt, dan wel verwijst naar de grootste gemene deler. Is het spreken in de wij-vorm alleen maar een schrijftruukje of gaat het om een ongedocumenteerde generalisatie? Ik heb het dus niet over ‘wij’ maar over ‘ik’ want ik wil mijn persoonlijke ervaringen a266px-Montaigne-Dumonstierls uitgangspunt nemen, zoals de Franse filosoof Michel de Montaigne dat deed in zijn befaamde Essais (1580). Ze vormen de basis voor reflecties die mijn individuele ervaringen, denk ik,  overstijgen. 

Op de camping

Het is begin augustus in deze stralende zomer. We staan met onze kampeerbus op een camping in Gelderland – een echte gezinscamping, vooral afgestemd op gezinnen met jonge kinderen. We hebben een mooie plek aan de rand van een groot veld met in het midden een hoop speelzand en een paar speeltoestellen. Verder heeft de camping een aantal skelters en kinderfietsjes staan en ja, we zien dat weekend verschillende kinderen voor het eerst en gelijk in een keer goed fietsen. Prachtig om te zien.

Dit grote veld is met andere velden en met de gemeenschappelijke voorzieningen verbonden via ‘officiële’ paden en  via half verscholen sluippaadjes door heggen, die vooral door kinderen worden fietsjegebruikt. Heel avontuurlijk voor ze. 

Om ons heen kijkend zien we in overgrote meerderheid op het oog autochtone Nederlandse gezinnen. Sommigen blijven de hele dag op de camping, andere gaan er overdag op uit; die zie je aan het eind van de middag terugkomen. Een witte Nederlandse camping dus.

Het doet me denken aan de situatie in mijn jeugd, op het dorp waar we met ons gezin woonden en waar ik ben opgegroeid tot ik na de middelbare school voor studie naar Amsterdam ging. Het doet me denken aan de vijftiger-jaren-wijk die me meer dan vertrouwd was: een buurt met overwegend arbeidersgezinnen en veel kinderen (gemiddeld per gezin meer dan tegenwoordig). Vaders die overdag gingen werken, moeders die het huishouden deden. Om 12 uur (of iets later?) ging ‘de toet van Kuijer’ zoals we die noemden, de stoomfluit van de wasserij een paar straten verderop die etenstijd aankondigde. Veel gezinnen aten tussen de middag warm, zo ook wij tot we naar de middelbare school buiten het dorp gingen. Het was de tijd van de na-oorlogse, weer opgebloeide verzuiling en van een ‘wit’ Nederland. Het was de tijd van vóór de eerste gastarbeiders – die kwamen spoedig daarna. We zagen ze de winkel van fietsenmaker Sluyter in en uit gaan en begrepen dat ze een slaapplek hadden in een afgeschermd deel van de etalage. Het was de tijd dat touwtjes uit de brievenbus hingen….. het was de tijd van het aangeharkte Nederland. Alles was duidelijk: waar je bij hoorde en waarbij niet, hoe je je hoorde te gedragen en hoe niet. Het gaf mij indertijd een soort duidelijkheid waar ik me prettig in voelde. Noem het ‘structuur’ – soms wel wat saai en eentonig maar met nog volop ruimte voor verveling;).

Dus toen ik daar die dagen, op die camping in Gelderland, deze nostalgische herinnering op me in liet werken realiseerde ik me niet alleen rationeel heel goed dat dingen veranderd zijn en dat er sindsdien veel gebeurd is. Ik ervoer er ook een gevoel bij – een soort weemoed naar een tijd die achter ons ligt en die niet meer terugkomt. Was het heimwee naar mijn jeugd, naar een periode die campinggaandeweg paradijselijke afmetingen heeft aangenomen? Neen, dat was het niet. Of misschien ook wel, maar tegelijk was het meer dan dat.

De ervaring die ik had, was er vooral een van begrip voor wat er wordt bedoeld als er wordt gezegd dat Nederland Nederland niet meer is – het gevoel dat de omgeving waarin je verkeert niet meer dezelfde is als die waar je je eertijds niet alleen vertrouwd mee maar ook in opgenomen voelde. Een gevoel van samenhang en horen tot een groter verband. Je had een gemarkeerde plek in een systeem die ik niet als knellend (ik mocht immers studeren en dat was in die wijk aardig uniek) maar wel als duidelijk heb ervaren. Ik voelde me daar, op die camping in Gelderland ouderwets ‘thuis’ hoewel ik dat ‘thuis’ waarnaar ik verwijs, al in 1970 verliet toe ik in Amsterdam ging studeren. Vanaf die jaren ’70 ging het hard trouwens.

Lowlands

Al een jaar of vijftien zijn we zonder onderbreking enthousiaste bezoekers van het Lowlands festival dat ieder jaar in augustus plaatsvindt in Biddinghuizen. Ons vakantiehuisje ligt op loopafstand en het is daar jaarlijks dat weekend een zoete inval van kinderen en vrienden van kinderen. Dit jaar staan er weer vijf tenten in onze tuin; we zijn in totaal met z’n twaalven plus een baby – en dat is geen record. 

Hoewel in de programmering van de muziek de laatste jaren een steeds bredere keuze wordt gemaakt met dit jaar opvallend veel hip hop, is het publiek dat er komt toch in zeer overwegende mate wit en autochtoon Nederlands. Ik zie weinig festivalgangers die ik associeer met Suriname of met de Nederlandse Antillen en evenmin veel mensen die ik associeer met Marokko,Turkije, of met welk ander land in Afrika of Azië. Lowlands is in al die jaren dat we er nu komen een autochtoon Nederlands feestje gebleven. De sfeer is heel ontspannen, mensen die voordringen bij de dranktenten mogen voorgaan. En opnieuw had ik de ervaring: ik voel me hier thuis. 

Maak ik hier impliciet een verwijt aan alle nieuwe Nederlanders die, soms al twee generaties eerder, zich hier gevestigd hebben? Wil ik mijn contrastervaring een plek geven in het actuele debat over het succes of het mislukken van de multiculturele samenleving? Neen, die kant wil ik helemaal niet op. Lees het voorgaande dus niet met die bril op. Daar gaat het namelijk niet over. Het is me te doen om iets wezenlijk anders.

De nostalgische ervaringen die ik had op de camping en op Lowlands, komen in schril contrast te staan met ervaringen als we weer thuis zijn. 

Howick en Lili -1

Het is donderdag. Ik ben in Den Haag op de Lange Vijverberg om aanwezig te zijn bij het aanbieden van een petitie waarin aan leden van de Tweede Kamer wordt gevraagd om deze twee kinderen, die in Nederland zijn opgegroeid, niet uit te wijzen naar Armenië. Ik kijk om mij heen en zie veel senioren, naar ik vermoed autochtone Nederlanders van mijn leeftijd. We zijn solidair met de twee kinderen en maken ons grote zorgen over het hardvochtige perspectief dat hun te wachten staat. We verbazen ons erover hoe het streven naar rechtsgelijkheid kan ontaarden in onrechtvaardigheid en harteloosheid met name voor de kinderen. Om over internationale kinderrechten maar even te zwijgen. Waarom moeten zij gestraft worden voor de (redeloze?) vasthoudendheid van hun moeder ondanks alle rechtelijke uitspraken, én voor de eindeloze beroepsmogelijkheden die wij zelf in ons rechtssysteem hebben opgenomen? 

Howick en Lili -2 

Het is zaterdag, hardloopdag. Ik loop een zogenoemde lange duurloop: ik ben met de trein naar Delft gegaan om vandaar terug te lopen naar ons dorp en ons huis. Een route van een kleine 20 kilometer langs de Vliet, een route die gemakkelijk uit te breiden is tot een loop van meer dan 25 km. Koolhydratengelletjes mee voor de tussentijdse toevoer van energie. Mobiel in de heuptas. In de trein naar Delft toe lees ik dat beide kinderen die nacht de benen hebben genomen. In een tweet vraag ik me af wat er in hemelsnaam nog meer nodig is om de staatssecretaris te bewegen tot een positieve beslissing.

Niet lang daarna lees ik op Teletekst dat Howick en Lili mogen blijven. Ik ben er erg blij mee maar heb tegelijk moeite met het gegeven dat dit heeft moeten duren tot de laatste minuten voor de uitzetting. Ik vind dit wreed. Maar ik heb ook respect voor de staatssecretaris – het kan niet anders of hij moet zwaar hebben geworsteld met allerlei tegenstrijdige principes en belangen van juridische, humanitaire en politieke aard. 

Dat laatste is niet iedereen met me eens. Sterker nog: als ik weer thuis ben en door de tijdlijn op Twitter scroll, lees ik naast enkele opgeluchte berichten vooral berichten waarin de staatssecretaris slappe knieën wordt verweten. En erger, veel erger, inclusief drieletterwoorden. Ik schrik ervan. Op Facebook niet anders. Het is om het er koud van te krijgen, zo veel keiharde oordelen, in de richting van de (‘criminele’) moeder, in de richting van de staatssecretaris, in de richting van iedereen die in Nederland enige verantwoordelijkheid draagt voor het bestel. Een groot gevoel van plaatsvervangende schaamte komt op.

Ik kijk naar de foto’s van de mensen die op Twitter en Facebook, soms grofgebekt, hun gal spuwen over dit besluit. Ik zie hoofden van mensen die heel goed hebben kunnen staan rond het veld op de camping in Gelderland terwijl hun kinderen leren fietsen. Ik zie gezichten van mensen die ik ook op Lowlands tegen had kunnen komen, samen kijkend en luisterend naar de prachtige liedjes van Spinvis. Waar ik eerder, op de camping en op Lowlands, een soort nostalgische verbondenheid voelde, ervaar ik nu vervreemding. Wat is er met Nederland gebeurd?

Ja, natuurlijk weet ik dat Twitter en Facebook emotiekanalen zijn die vooral bagger vervoeren. En natuurlijk weet ik dat de ratio het moet winnen van de emotie. Maar met een dergelijk statement zijn de emoties niet van tafel – die blijven daar gewoon liggen, tot ze opgeveegd worden door populistische bewegingen. Neen, los hiervan: waar komt die harde toon vandaan? Dat cynisme? Die stoten onder de gordel? Die volstrekte afwezigheid van respect voor wie verantwoordelijkheid draagt? Die grote rancune jegens de moeder waardoor compassie voor de belangen van haar kinderen volledig overspoeld wordt?

Mijn nostalgische ervaringen op de camping en op Lowlands krijgen een flinke correctie. Mijn associaties bij de harmonieuze vakantiebeelden, dat er ondanks alle veranderingen die Nederland heeft doorgemaakt toch iets van bewaard is gebleven, kloppen niet of maar zeer ten dele. Ik ben terug in het nu, dit is de realiteit. 

Erfenis Europa

Het is de zondagmiddag na die zaterdag. Voor me ligt het boek Erfenis Europa. De toekomst van een stervende zwaan geschreven door de vorig jaar overleden theologe en hoogleraar Europese cultuur Christiane Berkvens-Stevelinck. De achterkant van het boek is duidelijk over de strekking en vat die mooi samen: “Europa is een fenomeen. Volgens eurosceptici is Europa een stervende zwaan, de brkvensgeschiedenis laat echter een feniks zien, de mythische vogel die steeds uit haar as verrijst. Ernstige situaties zijn een constante in de Europese geschiedenis, evenals haar veerkracht. Uit elke crisis kwam ze sterker te voorschijn. Europa wist altijd haar culturele kroonjuwelen door te geven aan de volgende generaties.” En die kroonjuwelen zijn volgens de auteur: verwondering, nieuwsgierigheid, vertrouwen in de vooruitgang, verantwoordelijkheid, tolerantie, geduld, vrijheid, idealisme en schoonheid. 

Ik vind de aanduiding ‘kroonjuwelen’ heel passend: het zijn verworvenheden die er niet zo maar kwamen, zonder slag of stoot. Ze zijn vaak resultaat van strijd. Ze kwamen niet aanwaaien maar moesten groeien, soms tegen de verdrukking in. Daarom verbaas ik me er over als ik regelmatig in het publieke debat het verwijt lees dat Europa zich met deze kroonjuwelen superieur meent te mogen voelen aan andere culturen. Ik vind dat een raar verwijt, zeker nu er steeds meer erkenning is voor allerlei minder mooie kanten van de Europese geschiedenis in mondiaal perspectief. Maar deze zelfkritiek hoeft niet te leiden tot vermindering van onze trots op en zorg voor een aantal fundamentele waarden die ons ver gebracht hebben. 

Van elk van de negen kroonjuwelen geeft Berkvens-Stevelinck aansprekende en herkenbare voorbeelden uit de Europese culturele geschiedenis. Het boek laat zich goed vergelijken met Made in Europe. De kunst die ons continent verbindt van Pieter Steinz en ook met De geest uit de fles. Hoe de moderne mens werd wie hij is van filosoof Ger Groot. Maar wat me in het boek van Berkvens-Stevelinck vooral triggert is dat zij het heeft over Europese waarden die zij labelt als ‘kroonjuwelen’. Wie gebruikt dat woord nou nog?

Kroonjuwelen 

Ik kom de aanduiding ‘kroonjuwelen’ de laatste decennia alleen nog tegen als gesproken wordt over de ideeën van D’66 over staatkundig vernieuwingen zoals recent over de rol van het referendum. Andere contexten waarin kroonjuwelen werden ingebracht kan ik me niet herinneren. ‘Kroonjuwelen’ zijn niet langer populair: die van D’66 niet meer en die van de Europese cultuur ….. die ook niet meer? 

Er is veel aanleiding te vermoeden dat ook dat laatste het geval is. Het is niet eenvoudig sectoren aan te wijzen waar de negen kroonjuwelen het kompas van zijn. De sector die als eerste mag worden aangesproken op haar cruciale en fundamentele taak in dezen, de onderwijssector, helaas ook niet. Die kreunt en steunt onder het juk van het efficiëncydenken. Dat geldt voor alle fasen, van basisonderwijs tot het hoger onderwijs toe. Er is sprake van een grote verwaarlozing – financieel door de overheid maar ook intellectueel, ook door de sector zelf trouwens. Noem het intellectuele bloedarmoede. Leerlingenstromen moeten zo snel mogelijk door het systeem gepompt worden. En niet voor de winstwat er in dat systeem gebeurt, wordt vooral bepaald door het economisch nut dat het moet opleveren. Nederland staat hierin niet alleen. De filosofe Martha Nussbaum (Niet voor de winst) heeft er een en ander maal op gewezen dat dit een mondiaal fenomeen is, ondersteund door nationale rankings en door internationale PICA-en OESO-lijstjes. Van Europese kroonjuwelen die doorgegeven worden, geen spoor te bekennen.

Het ingewikkelde van boeken als die van Berkvens-Stevelinck, Steinz, Groot en Nussbaum is, dat moeilijk is vast te stellen wanneer cultuur in het algemeen, of de Nederlandse in het bijzonder, daadwerkelijk ‘verschraalt’, zoals dat meestal genoemd wordt. Er zijn altijd wel weer sociologen die vaststellen dat onze jeugd tot de gelukkigste van de wereld behoort en dat onze zorg voor de oudere mens van hoog niveau is, ondanks alle kritiek hierop. Wat is waarheid? Er is de waarheid van de statistiek, er is de waarheid van het wetenschappelijk onderzoek en er is de waarheid van de persoonlijke ervaring. En al die verschillende waarheden sluiten elkaar niet uit maar bestaan naast elkaar en vullen elkaar aan.

Terug naar de laatste, de persoonlijke ervaring. Scrollend door Twitter en Facebook schrik ik van de onverdraagzaamheid, van de botheid, van de harteloosheid en het gebrek aan mededogen. Ik lees harde taal die in schril contrast staat met de taal van hen die, eveneens op Twitter, eerder pleitten voor een verblijfstatus voor de kinderen. Wat is er gebeurd? De harde oordelen lezend herken ik niets van die prachtige kroonjuwelen: verwondering, nieuwsgierigheid, vrijheidsdrang, tolerantie, geduld en idealisme. 

Temperatuur in de samenleving

Mocht het zo zijn dat Twitter en Facebook een representatief beeld geven van de temperatuur in de Nederlandse samenleving, dan kan de conclusie geen andere zijn dan dat het mijn generatie inclusief mijzelf (autochtone Nederlanders als erfgenamen van de Europese cultuur) maar slecht gelukt is om de kroonjuwelen uit die Europese cultuur hoog te houden én om die ook nog eens (trots of bescheiden) door te geven aan de volgende generatie(s). In de decennia die liggen tussen de jaren dat ik opgroeide in het dorp van mijn jeugd en nu, is Nederland grondig veranderd, economisch, demografisch, cultureel. Ik neem het als een gegeven. Dit andere Nederland staat bol van spanningen en het gaat hard tegen hard. Nederland staat hierin niet alleen, het is een Europees verschijnsel. Het zal horen bij de strijd die inherent is aan ontwikkeling. Cruciaal is de vraag of de kroonjuwelen van de Europese beschaving deze strijd overleven. Mijn zorgen liggen bij de conclusie dat al die zo belangrijke en fundamentele waarden, aangeduid als ‘kroonjuwelen’, bij grote groepen burgers buiten beeld lijken te zijn en dat stemt niet vrolijk of optimistisch.

Het zal dus nog een hele toer worden voor de vogel Phoenix om zich opnieuw uit de as omhoog te werken. Ik wil daar wel een handje bij helpen want ook ik heb iets laten liggen.

Share
This entry was posted in Reflecties and tagged , , , , , . Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *