Of je kunt zeggen dat religie uit is, weet ik niet. Ik aarzel. Kerken lopen leeg, het aantal lidmaatschappen van kerkgenootschappen neemt af. Statistieken bevestigen de terugloop. Voor menigeen geldt dat als het bewijs. Maar voor  anderen die wat ruimer en dieper denken, is religie, in welke variant dan ook, zo eigen aan de menselijke existentie, dat de gedachte aan een religievrije toekomst  niet meer is dan een staaltje van westerse intellectuele overmoed. Hoe dit zij, het heeft er alle schijn van dat de neergang van de betekenis van religie heeft geleid tot een opkomst van de praktische filosofie. Met andere woorden, het lijkt erop dat filosofie een deel van het gat heeft opgevuld. Welk gat? Dat van zingeving, van reflectie op en zucht naar een zinvol bestaan. Filosofie als levenskunst is in. Zoveel is wel zeker.

Grote verhalen

Pakweg twintig jaar geleden was het bon ton om te zeggen dat de tijd van de Grote Verhalen voorbij was. Met Grote Verhalen (ja, de hoofdletters hoorden erbij) werd dan gedoeld op filosofieën die het totale leven omvatten en daarin zin gaven, zoals het christendom, het socialisme, …. De Franse filosoof François Lyotard was een de bekendste onder de spokesmen van deze visie. Maar je kwam het verhaal in feite in allerlei varianten tegen: in Fukuyama’s essay over het einde van de geschiedenis, en, niet lang daarna en heel praktisch, in de politieke analyse dat de PvdA in het kabinet Kok zijn socialistische veren had laten vallen.

Zingeving

En hoe gaat het dan? Als er geen Grote Verhalen meer zijn, dan ontstaat er ruimte voor het kleine verhaal, het verhaal van concrete mensen, van de condition humaine op microniveau – een condition die, in de handen van de commercie, al snel verwordt tot emotie-teevee. Eerlijk gezegd, ik denk ook dat de opkomst van de social media niet mogelijk zou zijn geweest zonder deze wending van het grote verhaal naar met micro-verhaal. Persoonlijke zingeving voltrekt zich niet langer door een persoonlijke verbintenis met een groots en bezielend verband (25 jaar geleden aangeduid als engagement – je komt het woord bijna niet meer tegen, illustratief!). Persoonlijke zingeving is veeleer iets geworden van een seismografische registratie van het effect van de kleine en grote schokken die het individu zelf via social media en anderszins hoopt te veroorzaken. Anders gezegd, vroeger waren we met de wereld bezig en daardoor met onszelf, nu zijn we druk met onszelf en mogelijk verandert de wereld daardoor. Nog anders gezegd, het gekozen doel van toen is nu niet meer dan het mogelijke gevolg van onze acties. Oké, beetje kort door de bocht misschien…?

Filosofie van de levenskunst

Terug naar de filosofie van de levenskunst. Het is niet zo moeilijk om hier namen te noemen van bekende Nederlandse en buitenlandse filosofen die zich hebben bezonnen op de betekenis van filosofie voor de inrichting van het persoonlijke leven. Ik noem de namen van Joep Dohmen, van Paul van Tongeren, van Wilhelm Schmidt en Pierre Hadot. Elk van hen heeft zijn eigen invalshoek. Hadot geeft in Filosofie als een manier van leven, een prachtige schets van de bijdrage die de grote Antieke filosofische stromingen ook voor het huidige verstaan van de eigen existentie kan hebben. Joep Dohmen is zeer geschikt voor een mooie eerste kennismaking. Paul van Tongeren (Leven is een kunst) staat voor mij voor een altijd goed en tegelijk toegankelijk verhaal. En het boek van Schmidt, Filosofie van de levenskunst. Inleiding in het mooi leven – let op de ondertitel: het mooie leven als een referentie naar de esthetiek van het bestaan) las ik tweemaal met veel interesse omdat hij heel thematisch te werk gaat.

Niet present

Met alle waardering die ik voor deze publicaties heb, ze blijven cirkelen rond een, zeg maar, intellectuele visie op levenskunst. Hun boeken zijn in hoge mate reflecterend, rationeel en universeel. Dat laatste woord, universeel is wellicht een goede aanduiding om aan te geven dat je de auteurs in hun eigen levenswijze er eigen niet of nauwelijks in tegen komt. Ja soms wel, maar toch… Noem het: een beetje marginaal.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dit geen verwijt mag zijn aan de genoemde auteurs. Zij doen immers niet anders dan aanreiken – het is aan de lezer om zich het aangereikte toe te eigenen….. En als ik eerlijk ben, dan moet ik bekennen dat ik te weinig reflecteer op de wijze lessen van anderen. Zou ik dat meer doen, dan zou ik daar mogelijk meer profijt van hebben dan het geval is.

Denker des Vaderlands

Neen, dan onze Denker des Vaderlands, René Gude. Met stijgende bewondering volg ik hoe hij, met het naderend levenseinde in zicht, via de media laat zien hoe hij filosofie inzet om op persoonlijke wijze om te gaan met de situatie die hem treft. Hij is ernstig ziek, zeer ernstig en naar verwachting is het een kwestie van hooguit twee, drie maanden nog. Hij verzorgde vorig jaar samen met journaliste Wilma de Rek, Stand-up filosoof, een mooie interviewbundel, met Willem Brands stelde hij onlangs een nieuwe interviewbundel samen en vorige week gaf hij interviews aan grote landelijke kwaliteitskranten (1). En verder had hij een indrukwekkend afscheidsgesprek in De Wereld Draait Door (met een compliment ook voor de manier waarop Matthijs van Nieuwkerk dit gesprek leidde). Het bijzondere van al deze media-uitingen is dat hij laat zien hoe filosofie hem helpt om vorm te geven aan zijn laatste levensfase, om keuzes te maken die voor hemzelf en voor zijn omgeving te begrijpen zijn. Niet dat dat gemakkelijk gaat, maar het lukt hem.

Humeurenmanagement

En mooi is dan dat hij, wat hij in Stand-up filosoof vertelt over het ‘humeurenmanagement’ ook toepast op zichzelf in juist deze situatie: de manier waarop je omgaat met je emoties, ook in tijden waarin levenskunst geen intellectuele uitdaging is maar de persoonlijke existentie tot in het hart raakt. Een prachtig voorbeeld van kracht. Mooi is ook hoe hij kijkt naar de functie van deugden. Die hebben we nodig om de wereld leefbaar te houden. Er zijn genoeg mogelijkheden om onze deugden te oefenen – ze zijn immers niet vanzelf van nut, je moet er wat voor doen, ze oefenen. Dat oefenen kan in de sport, in de kunst, in de religie en in de filosofie, of, om het ruimtelijker te zeggen: in de stadions, de musea, de kerken en de academies.

Ik weet niet wat we nog van René Gude kunnen verwachten in de kennelijk korte tijd die nog rest. We merken het wel of niet. Bovenal gun ik hem die ik zeer hoog acht, in de woorden van Franciscus van Assisi wiens naamdag onlangs gevierd werd, ‘vrede en alle goeds’.

(1)   Deze krantenartikelen zijn te downloaden via

https://harmklifman.nl/2014/10/03/de-zin-van-filosofie-als-het-levenseinde-in-zicht-is-enkele-indrukwekkende-interviews-met-rene-gude/

Share