Is schrijven wel schrappen? (deel 3)

Ik heb zojuist de ‘schrap-fase’ in de productie van Cicero leest Covey afgerond.De teller staat op: 68.472 woorden, dat wil zeggen een resultaat van -/- 8000 woorden. Is schrijven wel schrappen zoals ik in de twee voorgaande afleveringen van deze mini-serie beweerde? Ik constateer dat het moeilijk was om te focussen op schrappen terwijl zich steeds weer nieuwe ideeën bleven aandienen. Gaat het alleen om schrappen of ook om mezelf in toom te houden en niet meer te schrijven? In deze aflevering wat nieuwe oprispingen.

Visueel beeld

Ik besprak een paar dagen terug de stand met een schoonzoon. Die adviseerde me om de tekst voor de volgende kritische ronde in een ander lettertype en een andere lettergrootte te zetten. Dan ziet die er weer even anders voor je uit. Ik heb dit gedaan en ja, het werkte. Ik kwam weer aardig wat ongerechtigheden tegen.

Oefening in stijlleer

De oxymoron, de compositie van twee woorden die elkaar semantisch in hun letterlijke betekenis uitsluiten. Bekend voorbeeld: zee en land: Zeeland.  Ander leuk voorbeeld: koudvuur, kindvrouwtje. Wat gebeurt hier eigenlijk precies?

Het oxymoron is een stijlfiguur die ik tijdens mijn middelbare schooltijd niet heb meegekregen en die ik me ook (en zelfs?) niet herinner uit mijn studie Nederlands. Deze stijlfiguur is, als ik het goed heb, in onze dagen in opmars. Velen raken erdoor gefascineerd. En niet voor niets: het is een intrigerend stijlfiguur.

De oxymoron is een voorbeeld van de meeromvattende stijlfiguur antithese, de tegenstelling dus. De antithese kan twee kanten op, die ik aanduid als ‘naar beneden’ en ‘naar boven’. 

Als de antithese naar beneden beweegt, ontstaat de contradictio in terminis, een combinatie van woorden die het etiket ongewenst meekrijgt omdat de termen elkaar zodanig tegenspreken dat niet langer sprake is van betekenis. De contradictio in terminis als non-betekenis – maar die combinatie heeft zelf weer alles van een contradictio in terminis.

Als de antithese naar boven beweegt, ontstaat er een sprankelend nieuwe betekenis. Er is in dat geval sprake van semantische dialectiek en in de praktijk kan zich ook een ontologische dialectiek voordoen, zoals in het geval van ‘Zeeland’. 

Subject of object?

Grensverleggend leiderschap is de titel van een van de circa 80 managementboeken die in Cicero leest Covey worden besproken. Die titel houdt me bezig. Er is iets raars mee.

Het woord ‘grensverleggend’ is bijvoeglijk naamwoord bij ‘leiderschap’- zoveel is wel duidelijk. Het zegt iets over dat leiderschap. Maar wat dan precies? 

Betekent het dat het leiderschap subject is van het grenzen verleggen? De actor zogezegd? Leiderschap dat grenzen voor collega’s verlegt of dat de grenzen van de organisatie verlegt en daarmee prestaties mogelijk maakt waarvan voorheen alleen gedroomd kon worden? 

Of is het leiderschap zelf object van het verleggen van grenzen waardoor het leiderschap zich (door)ontwikkelt tot ongekende hoogte, met consequenties voor de organisatie waarin dat leiderschap figureert?

Grappig, dit soort epitheta zijn bedoeld als verheldering maar geven vervolgens te denken.

Cicero las ook Plato

Vandaag bedacht ik me dat een dergelijke subtiele kanttekening op meer situaties van toepassing is. Ik ga daar binnenkort op LinkedIn in een reactie een keer gebruik van maken.  

Wie zich verdiept in de vroegste periode van de retorica stuit binnen de kortste keren op de controverse tussen Plato en de sofisten, de eerste retorica-leraren in de antieke Griekse wereld met opkomende democratieën. Ik wijd daar in Cicero leest Covey ook een paar alinea’s aan omdat deze controverse nog eeuwen nagalmt en ook relevant is voor de interpretatie van populaire managementboeken. Interessant is de opmerking die Cicero eeuwen later over deze controverse maakt. Haarfijn signaleert hij dat Plato in zijn afwijzing van de kunst van de retorica zich juist een meester daarin betoont. Dat kan dus.

Welluidende maar vage metaforen

Auteurs van populaire managementboeken zijn echte vertellers en maken graag gebruik van metaforen, beeldende taal. Dat doen ze vaak en goed. Alleen, er kleeft wel een bezwaar aan: hoe mooier hoe vager. Ik geef wat voorbeelden die ik ontleen aan een ander boek van Stephen R. Covey, de auteur van De zeven eigenschappen van effectief leiderschap, namelijk 4 Managementprincipes voor gegarandeerde resultaten. Hierin las ik onder meer de volgende beeldspraken: 

– ‘eilanden van excellentie benoemen’ d.w.z. ‘uitblinkers die beduidend beter presteren dan het gemiddelde’ (pag. 35)

– ‘op ‘reset’ drukken’: de organisatie afstemmen op de waarde voor de klant’ (pag. 76)

– ‘de economische recessie veroorzaakt een psychologische recessie die nog verder ondermijnt.’ Bedoeld wordt: angst en onzekerheid (pag. 83)

– ‘de wortel van de angst’ (pag. 89)

Het zijn stuk voor stuk metaforen die tot de verbeelding spreken, dat zeker. Ze missen evenwel precisie. Ze hebben een evocatieve functie: ze roepen iets op, maar vraag niet door wát ze precies oproepen. En het is juist die onbepaaldheid die bijdraagt an het succes van populaire managementboeken 

Eerdere afleveringen in deze mini-serie over de afronding van het boek in wording Cicero leest Covey verschenen als artikel op LinkedIn en op deze site.

Share
This entry was posted in Boeken and tagged , , , . Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *