Ik schrijf deze column op een camping in Cáceres, een stad in Spanje, ergens tussen Salamanca en Sevilla. Het is de vierde dag van onze reis met onze kampeerbus naar Marokko. We vertrokken twee dagen nadat het nieuwe coalitieakkoord werd gepresenteerd. Als we weer terug zijn, op 15 maart, zit er vast een nieuw kabinet, nog in de wittebroodsweken. We volgen de ontwikkelingen in Nederland ‘op afstand’.
In de tijd vóór smartphone en internet was dat gemakkelijker te realiseren dan tegenwoordig. We ontvangen dagelijks onze krant op de app en volgen de ontwikkelingen (als we willen) op de voet via de NOS-app.
‘Afstand bepalen’ – daarover wil ik het graag met u hebben. Ik werd namelijk getroffen door wat ik onderweg in een boek las: de mens is steeds bezig om zijn (of haar) afstand te bepalen tot … Ja tot wat niet eigenlijk! Je kunt er zo een opsomming van maken! (1)

Allereerst, tot zijn directe naasten (echtgenoot/partner, kinderen, broers en zussen), zijn vrienden, zijn collega’s, de leidinggevende of medewerkers, zijn buren, sportmaatje, of teamgenoten, klanten/cliënten, kortom, met de medemens in zijn directe omgeving. En afhankelijk van je interesse, de medemens op grote afstand.
De schrijver gaat nog een stapje verder. Hij heeft het ook over de afstand van de mens tot de dieren en zelfs de bomen en planten. De mens die zich beroept op zijn taal, op zijn verstandelijke vermogens, op zijn hoogstaande kunst en cultuur – om de afstand tot de dierenwereld te markeren.
Hij vraagt zich af of dat vol te houden is als we weten dat ook dieren met elkaar communiceren en dat zelfs bomen dat doen. Is dat dunne laagje vernis dat we als mens graag ‘cultuur’ noemen, niet boterzacht als we naar het verleden van de mens kijken of naar gewelddadigheden in het heden? Welke diersoort gaat zover in het op grote schaal uitmoorden van soortgenoten als de mens?
Ja, het zijn zware vragen.
Terug naar afstand bepalen. Dat doet de mens ook met zichzelf: zichzelf in het verleden (‘wat voor kind was ik toen ik zes was?’) of zichzelf in de toekomst (‘hoelang nog voor ik voor promotie in aanmerking kom?’, ’waar wil ik heen met mijn loopbaan?’). Zichzelf in de tijd dus.
En dat afstand nemen in tijd geldt niet alleen voor jezelf maar ook en vooral voor je verhouding tot gebeurtenissen om je heen. Dat laatste zien we terug in welbekende gezegdes als ‘ergens een nachtje over slapen’ (dan dient de oplossing zich vanzelf aan), ‘komt tijd, komt raad’, ‘veel problemen lossen zich vanzelf op’ en dat zo vaak misplaatst gebruikte ‘de tijd heelt alle wonden’.

Afstand, in tijd dus. En ook in ruimte. Afstand in letterlijke zin, in meters of kilometers zogezegd. Onze taalschat is daar duidelijk over: ‘uit het oog, uit het hart’. Fysieke afstand die invloed heeft op mentale afstand. ‘Er even een weekje tussenuit’, vakantiereizen, ‘de boel de boel laten’.
Vakantiereizen, daar zijn mijn lief en ik dus mee bezig. In en met onze kampeerbus. We hebben die nu een jaar of negen en hebben er al flinke tochten mee achter de rug. De laatste was ruim twee jaar geleden. Dat klinkt best kort, maar wacht. Ook hier speelt ‘afstand’ in tijd en ruimte weer een rol.
Sprekend voor mijzelf: de formaten van de bus zijn dezelfde gebleven, misschien ben ik zelf (als inmiddels 74-jarige) iets gekrompen. Toch heb ik meer ruimte nodig om me in de afgemeten ruimte van ons ‘tiny house’ te bewegen.
U zult daar associaties bij hebben en wellicht eigen ervaringen. Ik noem het ‘verminderde elasticiteit van het lichaam’.
(Dit blog verschijn gelijktijdig in de Nieuwsbrief van de VOV te Voorschoten)
(1) Het boek waar ik op doel is van Ype de Boer, Een filosofisch rariteitenkabinet. Agambens zoektocht naar geluk..)




